Ga naar inhoud

11 maart 2026

Corrigo redactie

Delen op LinkedIn

33% van de VO-docenten heeft burn-outklachten — en nakijken is een van de oorzaken

In december 2024 publiceerde TNO een uitgebreid werkdrukonderzoek in opdracht van Voion, de sectororganisatie voor de arbeidsmarkt in het voortgezet onderwijs. De cijfers zijn ontnuchterend: 33% van de docenten in het voortgezet onderwijs kampt met burn-outklachten. Bij docenten in G5-gemeenten — Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere — loopt dat op tot 40%. De combinatie van hoge taakeisen en lage autonomie, de klassieke definitie van werkdruk, komt het meest voor bij docenten op achterstandsscholen: 44%.

Het zijn geen nieuwe signalen. De Algemene Onderwijsbond meldde al in 2023 dat vier op de vijf docenten in het voortgezet onderwijs een hoge tot zeer hoge werkdruk ervaren. Maar de TNO-cijfers laten voor het eerst gedetailleerd zien hoe die werkdruk is verdeeld — en bij wie het het hardst aankomt.

Waar de uren zitten

Het TALIS-onderzoek (Teaching and Learning International Survey) laat zien dat docenten in het voortgezet onderwijs gemiddeld 3,8 uur per week besteden aan het nakijken en beoordelen van leerlingwerk. Dat klinkt overzichtelijk, maar het is een gemiddelde dat de werkelijkheid verhult.

Bij vakken met voornamelijk gesloten vragen — wiskunde, scheikunde, economie met meerkeuzedelen — is het nakijkwerk relatief beperkt. Bij vakken met veel open vragen — aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer, Nederlands, biologie — loopt de nakijktijd op tot 5 à 8 uur per week. In toetsweken verdubbelt dat. Op jaarbasis praat je dan over 200 tot 300 uur nakijken bij een volledige aanstelling.

Die uren zijn niet allemaal gelijk. Het verschil tussen het nakijken van 25 meerkeuzevragen en het beoordelen van 25 handgeschreven alinea's is enorm. Het fysiek lezen en interpreteren van handschrift, het turven van punten per deelvraag, het formuleren van feedback die de leerling ook daadwerkelijk verder helpt — dat is het werk dat de avonden en weekenden vult. En het is precies het deel dat docenten het minst energie geeft.

Daar komt bij dat nakijken in de praktijk geen ononderbroken activiteit is. Je leest een antwoord, twijfelt, bladert terug naar het correctiemodel, vergelijkt met wat een andere leerling schreef, en beslist dan. Die constante contextwisselingen maken het werk mentaal vermoeiender dan de uren suggereren.

Wat de nieuwe CAO verandert

In november 2025 bereikten de vakbonden een akkoord over de CAO VO 2025-2027. De maximale lestaak gaat van 750 naar 720 klokuren per jaar. Op sommige scholen was dit al praktijk, maar nu is het voor alle scholen vastgelegd. De vrijgekomen uren zijn bedoeld voor voor- en nawerk en professionalisering.

De AOb benadrukt dat het "niet de bedoeling is dat medewerkers extra taken krijgen" voor die vrijgekomen uren. Dat is een belangrijke nuance: bij eerdere werkdrukverlichtingsmaatregelen werden de uren die vrijkwamen vaak direct weer gevuld met vergaderingen, mentorschap of projectgroepen. Of deze keer anders gaat, hangt af van de professionele gesprekken die op elke school gevoerd moeten worden over taakbeleid.

Daarnaast stijgen de salarissen in twee stappen: 4,6% per november 2025 en 1,2% per november 2026. De oktobertoelage geldt voortaan ook voor docenten die nog niet in de hoogste trede zitten. Positieve stappen — maar salaris is niet hetzelfde als werkdruk.

30 uur minder — is dat genoeg?

De verlaging van 750 naar 720 lesuren levert 30 klokuren per jaar op. Dat is ruwweg één lesuur per week. Voor een docent die wekelijks 6 uur aan nakijkwerk besteedt, is dat een verbetering van ongeveer 15%. Merkbaar, maar geen fundamentele verschuiving.

Het probleem is dat nakijken niet de enige oorzaak van werkdruk is. Het TNO-rapport benoemt ook administratieve lasten, leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften, vergadercultuur en het gevoel weinig autonomie te hebben over hoe je je werk inricht. Nakijken is één factor — maar het is wel de factor waar individuele docenten het meest direct last van hebben en waar de oplossingsruimte het grootst is.

Minder toetsen of slimmer toetsen?

Felienne Hermans, hoogleraar informatica-didactiek aan de Universiteit Leiden en zelf docent in het voortgezet onderwijs, stelde begin 2026 op Kennisnet een fundamentele vraag. Ze ziet dat docenten grote nakijkdruk ervaren en begrijpt de verleiding van een technische oplossing: laat AI toetsen nakijken. Maar ze vraagt zich hardop af of we niet eerst moeten nadenken of we eigenlijk wel zoveel toetsen moeten geven. Leerlingen ervaren al zoveel prestatiedruk, stelt ze.

Het is een terecht punt dat verder gaat dan technologie. De toetscultuur in het Nederlandse voortgezet onderwijs is intensief: gemiddeld 6 tot 10 summatieve toetsmomenten per vak per jaar, met uitschieters naar boven bij PTA-vakken in de bovenbouw. Niet iedereen is overtuigd dat meer toetsen beter onderwijs oplevert. Er zijn scholen die experimenteren met minder summatieve en meer formatieve toetsmomenten — en die rapporteren minder werkdruk bij docenten én minder stress bij leerlingen.

Tegelijk is de realiteit dat de meeste scholen een toetsprogramma hebben dat niet van vandaag op morgen verandert. PTA's liggen vast, secties hebben afspraken, de inspectie verwacht een bepaalde onderbouwing van cijfers. In die context is het zoeken naar manieren om het bestaande nakijkwerk efficiënter te doen geen luxe — het is noodzaak. Niet als alternatief voor structurele verandering, maar als een manier om nu lucht te creëren terwijl die verandering op gang komt.

Wat helpt er wél?

De combinatie van maatregelen is waarschijnlijk effectiever dan één grote ingreep. De CAO-verlaging geeft structureel 30 uur terug. Betere correctiemodellen maken nakijken sneller en consistenter — met of zonder AI. Minder maar betere toetsen verminderen de totale nakijklast. En technologie kan het repetitieve deel — het lezen van handschrift, het vergelijken met het model, het turven van punten — overnemen of versnellen.

Geen van die maatregelen lost het probleem alleen op. Samen kunnen ze het verschil maken tussen een werkweek die structureel te vol is en een werkweek waar ruimte is voor de dingen die het vak de moeite waard maken: lessen voorbereiden, leerlingen begeleiden, jezelf ontwikkelen.

Op corrigo.nl/werkdruk staat een tijdbesparingscalculator waarmee je kunt uitrekenen hoeveel uur nakijken jou per periode kost — en wat het oplevert als je dat halveert.

← Terug naar blog

Wil je Corrigo proberen?

Maak een gratis account aan en ontdek hoe snel je kunt nakijken en toetsen maken.

Gratis aan de slag →