Ga naar inhoud

10 juni 2026

Corrigo redactie

Delen op LinkedIn

De vlag hangt uit. Maar de helft van dat eindcijfer heeft niemand gecontroleerd.

Deze week ging op duizenden scholen de telefoon. Vlaggen uit, rugzakken aan de mast, tranen van opluchting en van verdriet. De uitslag van het eindexamen is binnen, en met die uitslag het belangrijkste cijfer uit een schoolloopbaan. Een mooi moment om een vraag te stellen die in geen enkele aula hardop wordt gesteld: wie heeft dat cijfer eigenlijk gecontroleerd?

Voor de helft van dat cijfer is het antwoord geruststellend. Voor de andere helft is het antwoord: niemand.

Het best bewaakte cijfer van Nederland

Eerst het geruststellende deel. Het centraal examen is, met afstand, het best bewaakte cijfer dat een leerling ooit krijgt. Er ligt een landelijk correctievoorschrift. De eigen docent kijkt na als eerste corrector. Daarna gaat het hele pak naar een docent van een andere school, die als tweede corrector alles integraal moet nakijken. En als blijkt dat het examen te moeilijk was, schuift de normering landelijk bij. Drie waarborgen, bovenop elkaar.

Dat die waarborgen nodig zijn, weten we uit pijnlijke ervaring. Toen er ruim tien jaar geleden serieus onderzoek werd gedaan naar de tweede correctie, bleek een aanzienlijk deel van de tweede correctoren het werk helemaal niet integraal na te kijken — steekproefje hier, krabbeltje daar, klaar. Niet uit onwil, maar omdat de tweede correctie boven op een toch al overvolle meiagenda komt en de vergoeding ervoor nog altijd nauwelijks de naam vergoeding verdient. De regels zijn daarna aangescherpt: integraal nakijken werd nog eens expliciet verplicht. De tijd en het geld die daarbij horen, kwamen er niet bij. We hebben destijds de regel gerepareerd, niet het probleem.

Maar goed: er ís tenminste een regel. Er kijkt iemand mee. Dat is meer dan je van de andere helft van het eindcijfer kunt zeggen.

De helft waar niemand naar omkijkt

Want zo werkt het eindexamen: het eindcijfer is het gemiddelde van het centraal examen en het schoolexamen. Fifty-fifty. Dat SE-cijfer is opgebouwd uit toetsen die één docent heeft gemaakt, één docent heeft nagekeken en één docent heeft genormeerd. Geen correctievoorschrift van buiten. Geen tweede corrector. Geen landelijke bijstelling als de toets te moeilijk bleek. Als de cesuur op een achternamiddag is gekozen, als de stapel om 23:30 strenger is nagekeken dan om 20:00, als het correctiemodel halverwege stilzwijgend is bijgesteld — niemand die het ziet, niemand die het kan reconstrueren.

De inspectie kijkt niet voor niets al jaren naar het verschil tussen SE- en CE-cijfers per school. Dat verschil bestaat, is hardnekkig, en verschilt per school en per vak. Dat zou ons iets moeten vertellen: hetzelfde soort werk, beoordeeld zonder waarborgen, levert systematisch andere cijfers op dan werk dat mét waarborgen wordt beoordeeld.

Het schurende is dus niet dat het centraal examen onder tijdsdruk wordt nagekeken — al is drie weken voor honderden examens naast volle lesweken krap genoeg. Het schurende is dat we voor één helft van het eindcijfer een heel controle-apparaat optuigen, en voor de andere helft collectief onze schouders ophalen. Alsof eerlijkheid alleen in mei belangrijk is.

Dit is geen aanklacht tegen docenten

Laat ik helder zijn, want dit stuk kan makkelijk verkeerd vallen: het probleem is niet de docent. Ik kijk zelf SE-toetsen na, alleen, 's avonds, zonder tweede corrector. Het probleem is dat het systeem waarborgen alleen organiseert waar de buitenwereld meekijkt. Een tweede corrector voor elke PTA-toets is onbetaalbaar en onhaalbaar — dat snapt iedereen. Maar de conclusie die we daaraan verbinden, is de verkeerde. We zeggen: het kan niet, dus we doen niets. Terwijl de eerlijke conclusie zou zijn: het kan niet op de oude manier, dus we moeten het anders organiseren.

Wat zou er minimaal moeten staan rond een cijfer dat de helft van een eindexamen bepaalt? Een vaste meetlat die niet meebeweegt met het tijdstip en de stapel. Een normering die vóóraf expliciet is gemaakt, in plaats van achteraf gevoelsmatig bijgebogen. En een onderbouwing per antwoord die een collega, een ouder of een examencommissie kan nalezen — zodat controle niet afhangt van de vraag of er toevallig iemand tijd heeft, maar gewoon kán, altijd, achteraf.

Niets daarvan vereist een tweede corrector. Het vereist dat het nakijkproces zelf controleerbaar wordt. In een eerder stuk schreef ik over de onzichtbare ruis in handmatig nakijken; dit is dezelfde discussie, maar dan met een diploma als inzet.

En nee, AI hoeft het examen niet na te kijken

Dit is het punt waarop je een pleidooi verwacht om het centraal examen maar door een machine te laten beoordelen. Dat pleidooi komt er niet. Het correctievoorschrift van het CE is mensenwerk en hoort dat te blijven, en ook bij het SE blijft het oordeel van de docent leidend — daar is geen discussie over.

Maar het voorwerk controleerbaar maken: handschrift lezen, elk antwoord langs hetzelfde model leggen, de cesuur expliciet vastleggen, per vraag een onderbouwing bewaren — dat is precies het soort werk waarvoor we Corrigo bouwen. Niet om de docent te vervangen, maar om bij gewone toetsen de waarborgen binnen bereik te brengen die nu alleen het centraal examen krijgt. Zodat de vraag "wie heeft dit gecontroleerd?" ook buiten mei een antwoord heeft.

De vlaggen hangen terecht uit. Maar volgend jaar mei begint het verhaal opnieuw, en de helft van dat verhaal speelt zich af in lokalen en huiskamers waar niemand meekijkt. Daar mag het wel eens over gaan.


Bronnen: de uitslag van het eerste tijdvak centraal examen 2026; het Eindexamenbesluit VO (weging schoolexamen en centraal examen, eerste en tweede correctie); onderzoek naar de uitvoering van de tweede correctie en de daaropvolgende aanscherping van de correctievoorschriften; rapportages van de Onderwijsinspectie over verschillen tussen SE- en CE-cijfers.

← Terug naar blog

Wil je Corrigo proberen?

Maak een gratis account aan en ontdek hoe snel je kunt nakijken en toetsen maken.

Gratis aan de slag →