Ga naar inhoud

Criteriumgericht of normgericht toetsen: waartegen meet je eigenlijk?

Een leerling kan gemeten worden tegen een vaste standaard of tegen de rest van de groep. Dat verschil bepaalt wat een 6 betekent — en het staat in je correctiemodel, niet in je hoofd.

Gratis proberen

Twee manieren om een prestatie te wegen

De vraag lijkt technisch, maar dat is hij niet: waartegen je meet, bepaalt wat een cijfer over een leerling zegt en wat het er niet over zegt.

Criteriumgericht

Je meet tegen een vooraf vastgelegde standaard: wie dit kan, haalt dit. Of de rest van de klas het ook kan, doet niet ter zake. Een correctiemodel is hiervan de zuiverste vorm — daarin staat per vraag wat een antwoord waard is.

Normgericht

Je meet tegen de groep: hoe verhoudt deze leerling zich tot de anderen die dezelfde toets maakten? De uitkomst hangt dan af van wie er verder in het lokaal zat. Bruikbaar om te vergelijken, ongeschikt om te bepalen of iemand iets beheerst.

In de praktijk gemengd

De Nederlandse toetspraktijk is overwegend criteriumgericht met een normerende stap erin: de omzetting van punten naar een cijfer. Precies daar sluipen keuzes binnen die zelden expliciet worden gemaakt.

Hoe je het herkent in je eigen toets

  1. Kijk naar je correctiemodel. Staat er per vraag wat een antwoord waard is, los van hoe de klas het doet? Dan meet je criteriumgericht.
  2. Kijk naar de omzetting van punten naar cijfer. Gebruik je een vaste formule, of pas je die aan als de resultaten tegenvallen? Dat tweede is een normerende ingreep.
  3. Kijk naar wat je erover zegt in de rapportvergadering. “Deze klas scoorde laag” is een normgerichte uitspraak; “deze leerling beheerst dit onderdeel niet” is een criteriumgerichte.
  4. Kies bewust en schrijf het op. Beide zijn verdedigbaar; wat niet verdedigbaar is, is per toets iets anders doen zonder dat iemand het weet.

Het bekendste Nederlandse voorbeeld van een normerende stap staat aan het eind van de schoolloopbaan: de N-term bij het centraal examen. Het College voor Toetsen en Examens stelt die vast nadat alle examens zijn nagekeken. Het is een getal tussen 0 en 2 dat bepaalt hoeveel scorepunten een kandidaat nodig heeft voor een voldoende: bij een relatief moeilijk examen ligt de N-term hoger, en zijn er dus minder punten nodig.

Belangrijk voor het begrip, en vaak verkeerd naverteld: de N-term is geen ranglijst van de kandidaten. Hij compenseert het moeilijkheidsverschil tussen examens, zodat dezelfde beheersing over de jaren heen hetzelfde cijfer oplevert. Het CvTE leunt daarvoor op vakcommissies die het examen vergelijken met een ouder examen waarvan de moeilijkheid bekend is, op een normeringsonderzoek van Cito met een groep docenten, en op wat docenten na de eerste correctie terugmelden. De bedoeling is dus juist om een criterium overeind te houden — met een normerende techniek.

Op schoolniveau ligt het anders. Het schoolexamen en het PTA zijn criteriumgericht van opzet: daarin staat vooraf wat een leerling moet kunnen. Zodra je de puntentelling achteraf bijstelt omdat een toets “te streng uitpakte”, verschuif je stilletjes naar normgericht — en dan betekent een 6 iets anders dan de week ervoor. Dat hoeft geen fout te zijn, maar het is wel een besluit, en een besluit hoort opgeschreven te worden in plaats van gevoeld.

Waar dit praktisch wordt, is bij het nakijken zelf. Een correctiemodel dat per vraag zegt wat een antwoord opbrengt, is een criteriumgericht instrument. Het werkt alleen als het op elke leerling hetzelfde wordt toegepast — en dat is nu juist wat er onder tijdsdruk als eerste sneuvelt. Bij de zestigste toets laat op de avond schuift de lat, zonder dat iemand dat wil. Daarover gaat zelfde antwoord, ander cijfer.

Corrigo legt elk antwoord naast jouw correctiemodel en stelt per vraag punten voor, met een onderbouwing erbij. Dat maakt het criterium expliciet en op elke leerling gelijk: de eerste en de laatste toets van de stapel krijgen dezelfde maatstaf. Wat het niet doet, is normeren — de omzetting van punten naar een cijfer blijft jouw keuze, en die wordt niet bijgesteld op grond van hoe de klas het deed. Hoe die omzetting werkt, staat op resultaten exporteren.

Veelgestelde vragen

Wat is criteriumgericht toetsen?

Beoordelen tegen een vooraf vastgelegde standaard in plaats van tegen de groep. Wie de gestelde eis haalt, haalt het cijfer dat daarbij hoort — ongeacht hoe de rest van de klas presteert. Een correctiemodel waarin per vraag staat wat een antwoord waard is, is er de zuiverste vorm van.

Wat is normgericht toetsen?

Beoordelen tegen de prestaties van de groep: de uitkomst hangt af van hoe de anderen het deden. Het is bruikbaar om te vergelijken en om selectie te onderbouwen, maar het zegt op zichzelf niet of een leerling de stof beheerst.

Is de N-term normgericht?

De N-term is een normerende stap, maar geen ranglijst van kandidaten. Het CvTE stelt hem na de correctie vast om het moeilijkheidsverschil tussen examens te compenseren, zodat dezelfde beheersing over de jaren heen hetzelfde cijfer oplevert. Het is dus een techniek om een criterium overeind te houden.

Welke vorm hoort bij het schoolexamen?

Het schoolexamen en het PTA zijn criteriumgericht van opzet: vooraf ligt vast wat een leerling moet kunnen. Wie de puntentelling achteraf bijstelt omdat een toets streng uitpakte, doet iets normerends — verdedigbaar, mits het een opgeschreven besluit is en geen gevoel.

Wat betekent dit voor nakijken met AI?

Een AI die tegen jouw correctiemodel beoordeelt, werkt criteriumgericht: hetzelfde antwoord krijgt bij elke leerling dezelfde punten. De normerende stap — de omzetting van punten naar een cijfer — blijft een keuze van de docent en wordt niet aangepast op grond van hoe de klas presteerde.

Aangesloten op Entree Federatie

Single sign-on via Kennisnet

AVG-compliant

Data opgeslagen in Europa (Ierland)

Modelverwerkersovereenkomst 4.0

Het onderwijsmodel van het Privacyconvenant

150 docenten

Verspreid over meer dan 20 scholen