Ga naar inhoud

7 augustus 2026

Corrigo redactie

Delen op LinkedIn

De kerndoelen zijn voor het eerst sinds 2006 vernieuwd. Het lastige deel komt daarna.

Er zijn van die veranderingen in het onderwijs die met veel geraas worden aangekondigd en daarna nooit komen. En er zijn veranderingen die op een doordeweekse zaterdag in de zomervakantie stilletjes ingaan, terwijl half onderwijsland op een camping in Frankrijk staat. Deze is van de tweede soort. Op 1 augustus 2026 gingen de vernieuwde kerndoelen voor Nederlands en rekenen-wiskunde in — voor het primair onderwijs, het speciaal onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Het is de eerste echte vernieuwing van de kerndoelen sinds 2006. Twintig jaar. In diezelfde periode kreeg je klas smartphones, kreeg je vak een online methode en kreeg iedereen een taalmodel in de broekzak.

Even scherp: wat is er precies gebeurd?

De kerndoelen zijn de wettelijke ondergrens van wat het onderwijs moet aanbieden. Ze zeggen niet hóé je lesgeeft en ook niet welke methode je koopt — ze zeggen waar je onderwijs over moet gaan. Die set is nu gefaseerd aan het kantelen:

  • 1 augustus 2026 — Nederlands en rekenen-wiskunde. Po, so en de onderbouw vo.
  • 1 augustus 2027 — burgerschap, digitale geletterdheid, Nederlandse Gebarentaal en de overige leergebieden: mens en natuur, mens en maatschappij, moderne vreemde talen, kunst en cultuur, bewegen en sport.
  • Augustus 2031 — einde overgangsrecht. Vanaf dat moment moet elke school onderwijs geven dat op de nieuwe kerndoelen is gebaseerd, en gaat de inspectie erop handhaven.

Die laatste datum is de belangrijkste, en tegelijk de gevaarlijkste. Vijf jaar voelt als "later". Maar wie een curriculum weleens van binnen heeft gezien, weet dat vijf jaar precies één ronde is: inventariseren, keuzes maken, materiaal aanpassen, toetsen herzien, uitproberen, bijstellen. Dat is geen project van een studiemiddag.

Wat er echt anders is aan deze kerndoelen

Het grootste verschil is niet de inhoud, maar de vorm. De kerndoelen uit 2006 waren één globale zin. Beroemd voorbeeld uit de onderbouw: "de leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal". Waar. Ook: onmogelijk om mee te bepalen of je het gehaald hebt.

De nieuwe kerndoelen hebben een vaste opbouw van drie lagen. Bovenaan een kernzin die in één regel zegt waar het doel over gaat. Daaronder doelzinnen, die benoemen wie de handeling doet — de school of de leerling — wat die doet, en waarmee. En daaronder een puntsgewijze uitwerking, ingeleid met "het gaat om…". Van globaal naar hanteerbaar, dus. En er zijn er minder: waar de onderbouw vo 58 kerndoelen kende, gaat de nieuwe set richting de veertig à vijfenveertig per sector.

Twee dingen die daarbij horen en die je moet weten. Ten eerste: de kerndoelen beslaan ongeveer 70% van de onderwijstijd. De overige 30% is en blijft van de school — voor je eigen accenten, je profiel, je regio, je vakwerkplan. Dat is expliciet zo bedoeld, en het is de reden dat "concreter" hier niet hetzelfde is als "dichtgetimmerd". Ten tweede: voor het eerst zijn alle leergebieden én de examenprogramma's in samenhang ontworpen, met een gedeelde architectuur. De bedoeling is dat de lijn van groep 3 tot het eindexamen doorloopt, zonder de gaten en dubbelingen die er nu tussen po, onderbouw en bovenbouw zitten.

En dan nog iets waar we als bouwers vrolijk van worden: SLO publiceert het wettelijk curriculum ook als open data. Ruim 170 kernzinnen, bijna 2.900 doelzinnen en meer dan 11.000 uitwerkingen, machineleesbaar, met een eigen identificatie per doel. De doelen zijn dus niet alleen concreter voor mensen — ze zijn voor het eerst ook echt te koppelen aan software.

De examenprogramma's schuiven mee

Wie in de bovenbouw staat, denkt misschien: kerndoelen, niet mijn afdeling. Klopt — maar de examenprogramma's zijn in dezelfde beweging herzien. Zestig-plus concept-examenprogramma's worden sinds schooljaar 2025-2026 in scholen beproefd; de programma's uit die eerste ronde worden verwacht in 2028-2029 ingevoerd (leerjaar 3 vmbo, leerjaar 4 havo/vwo), de tweede ronde een jaar later. Voor wiskunde in het vmbo ligt de invoering zelfs al op 2027-2028, met de eerste centrale examens erop in 2028-2029. Het zijn beoogde data — beproeving kan ze verschuiven — maar de richting is duidelijk: dit is één beweging, van groep 1 tot het examen.

Wat je school ermee moet — en waar het schuurt

De formele opdracht is bescheiden: zorg dat je onderwijs zo is ingericht dat leerlingen de kerndoelen kunnen halen, en leg je keuzes vast in schoolplan en teamplannen. Tot 2031 geldt stimulerend toezicht. Dat betekent dat de inspectie aanmoedigt en meedenkt in plaats van afrekent, en dat je bij een bezoek zélf aangeeft met welke kerndoelen en in welke leerjaren je al werkt. Wat per 1 augustus 2026 wél is aangepast, zijn de onderzoekskaders: bij de standaarden over het aanbod wordt gekeken of het onderwijs doelgericht en samenhangend op de kerndoelen is gericht.

Het advies dat overal rondgaat is verstandig en simpel: leg de nieuwe kerndoelen naast wat je nu doet en zet er kleuren bij. Groen: dit doen we al. Oranje: gedeeltelijk. Rood: nog niet. Maak daarna een meerjarenplanning tot 2031 en zet curriculum als vast punt op de teamagenda.

Doe dat vooral. Maar zie ook wat zo'n kleurenschema is: een inventarisatie van je aanbod. Groen betekent "wij behandelen dit". Het betekent niet "onze leerlingen beheersen dit". En dat is precies het verschil dat in 2031 gaat tellen, want de kerndoelen zijn geformuleerd als iets dat leerlingen moeten kúnnen bereiken.

De toets is de zwakste schakel

SLO zegt het zelf, in wat vakjargon: er moet constructive alignment zijn tussen doelen, onderwijs en toetsing. In gewone taal: het heeft geen zin om je jaarplanning te herzien als je in mei nog steeds de toets van vorig jaar afneemt. Toetsmateriaal — van methodegebonden toetsen tot je eigen proefwerken — moet mee veranderen, anders meet je netjes de doelen van 2006 terwijl je lesgeeft volgens die van 2026.

En hier wordt het ongemakkelijk, want dit is het stuk werk dat niemand leuk vindt en dat op het bordje van vaksecties belandt. Een toets herzien is niet alleen vragen herschrijven; het is per vraag kunnen zeggen wát je meet. De meeste secties doen dat impliciet, in het hoofd van degene die de toets maakte. Zodra je moet aantonen dat je aanbod de kerndoelen dekt en dat leerlingen ze halen, is impliciet niet meer genoeg.

Waar wij aan bouwen

Wij bouwen geen curriculumsoftware en dat gaan we ook niet doen. Wat we wél hebben, is de plek waar het bewijs vandaan komt: het nakijken zelf. Elke keer dat een docent een toets door Corrigo haalt, gaat er per vraag een oordeel over tafel — bij honderden vragen en tientallen leerlingen tegelijk. Dat is de rijkste bron van bewijs die een school heeft, en op de meeste scholen verdwijnt hij in een cijferkolom.

Daarom hangt Corrigo bij het nakijken aan elke vraag een leerdoel, en sinds deze zomer ook een koppeling naar de landelijke doelencatalogus van SLO — de kerndoelen voor de onderbouw en de eindtermen van de examenprogramma's voor de bovenbouw. Niet als los labelwerk voor de docent, maar als iets dat meekomt met het nakijken dat je toch al doet. Wat je daarna kunt zien, is het punt: per leerdoel hoe een klas ervoor staat, waar de spreiding groot is, en welk doel om herinstructie vraagt in plaats van om differentiatie. Dekking wordt dan geen aparte administratie, maar een bijproduct.

Eerlijk over waar we staan, want beloftes doen we pas als ze af zijn. De koppeling naar de landelijke doelen werkt, maar onze catalogus bevat op dit moment de doelen zoals ze vóór deze zomer golden — de nieuwe set importeren is het eerstvolgende werk, en dankzij die open data van SLO is dat een kwestie van doen, niet van uitzoeken. En de koppeling is nog niet overal in beeld: we zijn hem deze week aan het doortrekken naar de schermen waar je er iets aan hebt. Als je in 2027 in een teamvergadering zit met de vraag "hoe wéten we dit eigenlijk", willen we dat Corrigo het antwoord al voor je heeft klaarstaan.

Wat je nu al kunt doen

Vijf dingen, oplopend in moeite.

  1. Lees de kerndoelen van jouw vak. Ze staan online en ze zijn kort. Een half uur per leergebied en je weet waar het over gaat — dat is minder dan de vergadering die er anders over gaat.
  2. Zet ze naast je jaarplanning, niet naast je methode. Je methode is iemands interpretatie van de doelen. Je jaarplanning is wat er werkelijk gebeurt.
  3. Kies één leerjaar en één vak om mee te beginnen. Een school die alles tegelijk aanpakt, is in 2031 nog aan het inventariseren.
  4. Kijk naar je toetsen, niet alleen naar je lessen. Pak de laatste toets van dit jaar en schrijf achter elke vraag welk doel hij meet. Waar dat niet lukt, heb je iets gevonden.
  5. Leg vast wat je besluit, en waarom. Tot 2031 vertel je de inspectie zelf waar je staat. Dat is een cadeau, maar alleen als je het opschrijft terwijl je het doet.

De kerndoelen van 2006 hebben twintig jaar meegegaan. De kans is groot dat deze set dat ook doet. Dat maakt het geen administratieve klus, maar de vraag waar je onderwijs de komende twintig jaar over gaat — en of je kunt laten zien dat het werkt. Wij zorgen voor het tweede stuk, zodat jij tijd overhoudt voor het eerste.

← Terug naar blog

Wil je Corrigo proberen?

Maak een gratis account aan en ontdek hoe snel je kunt nakijken en toetsen maken.

Gratis aan de slag →