Door Coen Sluijter, docent aardrijkskunde en maker van Corrigo
Op 7 oktober schreef Rijnmond over de nakijktool die ik bouwde, een dag nadat ik te gast was in Afslag Rijnmond op Radio Rijnmond. Daar ben ik blij mee. Maar een artikel zegt nog niets over hoe goed software nakijkt. Daarom vertel ik hier liever het verhaal erachter: waar Corrigo vandaan komt, wat mijn leerlingen ervan vinden en wat ik als docent zelf blijf doen.
Het begon met mijn eigen stapel
Nadenken over een toets en zien of mijn stof goed binnenkomt, vind ik echt leuk. Dat blijft zo. Het nakijken zelf was iets anders: klas na klas aardrijkskunde, vol open vragen, en een termijn waarbinnen alles terug moest. In toetsweken liep dat flink op.
In een drukke nakijkperiode vroeg ik me af of AI me daarbij kon helpen. Eerst was dat alleen een idee. In de weken daarna bleek het te kunnen.
De vraag was niet hoe ik kon stoppen met nakijken, maar welk deel sneller kon zonder dat ik het zicht op mijn leerlingen kwijtraakte. Dat zijn vooral de vele vragen en meerkeuzevragen die bij elke toets voorbijkomen.
Vanzelf ging het niet. Het handschrift van leerlingen is lang niet altijd goed te lezen, en daarvoor moesten we het een paar keer bijstellen. Bij scheikunde en wiskunde draait veel om formules, en daar was ik op de middelbare school zelf ook geen topper in. Daar hebben we best even naar moeten kijken. Nu kunnen we ook die vakken nakijken.
Wat leerlingen ervan vinden
Het leuke aan leerlingen is dat ze lekker kritisch zijn. Lang niet iedereen stond te springen om een toets die deels door AI wordt nagekeken. Ze zien twee kanten. Het voordeel merken ze wel: ze krijgen hun toets sneller terug, met feedback. Tegelijk gaat een leerling ervan uit dat de docent de toets leest en beoordeelt. Dat dat nu deels anders gaat, schuurt soms. Ik krijg dan vragen als: "Heeft u dit nou zelf nagekeken, of de computer?"
Ik begrijp die vraag. Er zit iets belangrijks onder: wat mag je verwachten van de docent die je toets nakijkt? Mijn antwoord: ik controleer zelf alle toetsen, en het laatste woord over je cijfer ligt bij de docent. Dat verandert niet doordat er AI meekijkt.
Wat ik zelf blijf doen
Corrigo doet per antwoord een voorstel: punten, met een korte toelichting. Ik loop die voorstellen na, en waar ik het er niet mee eens ben, pas ik het aan.
Dat is geen formaliteit, want er gaat nog weleens iets mis. Een voorbeeld dat ik ook aan Rijnmond gaf: een leerling streept een antwoord door en schrijft het goede antwoord ernaast, en toch kiest de AI soms het doorgestreepte. Zoiets zie je alleen als je zelf kijkt.
Daarna bespreek ik de toets in de klas. Zo kunnen mijn leerlingen en ik een fout van het systeem alsnog ontdekken.
Dan het deel waar het mij om ging: wat ik met de uitslag doe. Ik zie per vraag hoe de klas het deed, en per leerling wat goed ging en waar nog werk ligt. Dat overzicht kan ik ook met leerlingen delen. Of ze het lezen, is een tweede. Je kent het: soms eindigt het in de prullenbak.
Het ging me nooit om minder weten van mijn leerlingen. Ik wilde minder tijd kwijt zijn aan het nakijkwerk, zodat ik meer kan doen met wat hun antwoorden me vertellen.
Het artikel van Rijnmond en de andere stukken in de media staan bij elkaar op onze perspagina. Wil je zien hoe het nakijken in de praktijk gaat? Lees dan hoe nakijken met Corrigo werkt.
Bronnen: Rijnmond, Rotterdamse leraar Coen laat AI toetsen nakijken: 'Je krijgt er tijd voor terug'
, Sander Kooijman, 7 oktober 2026; OPEN Rotterdam, Rotterdamse docent Coen ontwikkelt AI-correctiemodel: 'Leerlingen zijn lekker kritisch'
, 4 oktober 2026.