Ga naar inhoud

22 september 2026

Corrigo redactie

Delen op LinkedIn

Het kabinet trekt 10,7 miljoen uit voor een publieke AI-voorziening. Wat heb je daaraan bij het nakijken?

Prinsjesdag is voor het onderwijs zelden spannend, en dit jaar ging de aandacht vooral naar de grote posten: ruim 500 miljoen euro per jaar voor basisvaardigheden, minimaal 206 euro per leerling, en zo'n 80 miljoen euro om zij-instroom aantrekkelijker te maken, oplopend tot 88 miljoen per jaar. Terecht, want dat is geld dat scholen merken.

Er stond nog een regel in, een stuk kleiner, die in vrijwel elk verslag één zin kreeg: het kabinet maakt in 2027 10,7 miljoen euro vrij voor een publieke AI-voorziening voor het funderend onderwijs. Voor wie AI in het onderwijs bouwt of gebruikt, is dat de interessantste zin van de dag. Niet vanwege het bedrag, maar vanwege wat eronder zit.

Wat er precies staat

De voorziening moet scholen toegang geven tot verschillende AI-modellen, met afspraken over privacy, veiligheid en het gebruik van gegevens. Het kabinet wil voorkomen dat scholen afhankelijk worden van één commerciële aanbieder. Volgens de onderwijsbegroting worden de middelen aan Kennisnet verstrekt. Wat de voorziening precies gaat bieden en wanneer scholen ermee kunnen werken, moet nog worden uitgewerkt.

Dat laatste is geen detail. Er staat een bedrag, een jaartal en een richting — geen dienst, geen datum en geen functieomschrijving. En de begroting moet zelf ook nog door beide Kamers.

De post komt niet uit het niets. Eerder dit jaar nam de Tweede Kamer moties aan over de digitale afhankelijkheid van scholen, waaronder een verzoek aan de regering om samen met Kennisnet, SURF en SIVON een voorstel uit te werken voor een veilige publieke Nederlandse AI-voorziening, inclusief scholing van leraren en financiering. De begrotingsregel van deze maand is daar de eerste concrete uitkomst van.

Een voorziening is niet hetzelfde als een toepassing

Hier is het onderscheid dat in de meeste berichten wegvalt, en dat bepaalt wat je er als docent aan hebt.

Toegang tot AI-modellen is een laag onder je werk. Het is de laag waar afspraken worden gemaakt over waar gegevens staan, wie ze mag zien en of er op wordt getraind. Belangrijk werk, en precies de laag waar een publieke partij iets te zoeken heeft.

Nakijken is een laag erboven. Daar gebeurt dit: een stapel papier gaat door de scanner, iemand moet handschrift lezen, de pagina's moeten bij de juiste leerling terechtkomen, elk antwoord moet naast jouw correctiemodel worden gelegd, er moet per vraag een score uit komen met een toelichting die jij kunt controleren, en het resultaat moet in je puntenboek belanden. Het model doet daarin één ding: de tekst begrijpen. Al het andere is het vak.

Dat verschil is niet theoretisch. Een docent die zijn toetsweek doorkomt, heeft niets aan een modelabonnement; hij heeft iets nodig dat het hele pad aflegt. Wie straks leest dat er een publieke AI-voorziening komt, mag dus niet concluderen dat het nakijkprobleem daarmee van de baan is — net zomin als een schoolbrede internetverbinding ooit de leermiddelen regelde.

Wat dit voor dit schooljaar betekent

Voor de toetsweek van november: niets. Het geld staat op 2027, de uitwerking moet nog beginnen, en de begroting is nog niet behandeld. Dat is geen verwijt aan het kabinet — zo werkt een begroting — maar het is wel het eerlijke antwoord op de vraag of je ergens op moet wachten.

Wat ook niet verandert: de vragen die je aan een leverancier stelt. Een verwerkersovereenkomst, verwerking binnen de EU, niet trainen op leerlingwerk, afscherming op gegevensniveau, en een docent die het laatste woord houdt. Die eisen staan volledig los van deze begrotingspost; ze staan in de AVG-vragen bij AI-nakijken en in de zes vragen aan je edtech-leverancier, en ze zijn er al jaren.

Waarom wij dit goed nieuws vinden

Dat verdient uitleg, want wij bouwen zelf op AI-modellen en zouden dus mopperend aan de zijlijn kunnen staan.

Het tegendeel is waar. De twee dingen die het kabinet noemt — afspraken over privacy, veiligheid en gegevens, en niet afhankelijk zijn van één commerciële aanbieder — zijn precies de twee dingen die wij zelf als uitgangspunt hebben genomen. Wij verwerken leerlingwerk binnen de EU, trainen er niet op, en de docent beslist over het cijfer; dat staat op onze veiligheidspagina. Een publieke laag die die afspraken voor alle scholen afdwingt, maakt onze positie makkelijker uit te leggen, niet moeilijker. En als die voorziening er komt, is zij voor een toepassing als de onze een mogelijke leverancier, geen concurrent.

Er is nog een reden. Een school die haar AI-beleid op orde heeft, stelt scherpere vragen — ook aan ons. Dat is prettiger werken dan een markt waarin niemand precies weet wat hij koopt.

De eerlijke kanttekening

Twee dingen die je erbij moet weten.

Het bedrag is klein. 10,7 miljoen euro voor het hele funderend onderwijs staat naast ruim 500 miljoen per jaar voor basisvaardigheden. Dat is geen schandaal — een voorziening bouwen kost minder dan onderwijs geven — maar het zegt wel iets over de schaal van wat je ervan mag verwachten in 2027.

Een voorziening regelt toegang, geen oordeel. Het moeilijke aan AI bij het beoordelen zit niet in de rekenkracht, maar in de vraag wie controleert wat eruit komt en waarop dat oordeel is gebaseerd. Dat blijft werk van de school en van de docent, met of zonder publieke laag eronder. Wij schreven eerder waarom de docent de baas blijft; die redenering verandert vandaag niet.

Drie dingen die je nu al kunt doen

Ze kosten geen geld en staan los van elk begrotingsjaar.

Eén: leg vast wie beslist. Eén A4 per sectie: welke AI-hulp is toegestaan bij welke toets, wie kijkt de voorstellen na, en wie zet het cijfer. Dat is de kern van het beleid dat een publieke voorziening straks veronderstelt.

Twee: stel je huidige leveranciers dezelfde vragen. Als je van een publieke voorziening afspraken over privacy, veiligheid en gegevens verwacht, vraag ze dan nu aan de partijen waarmee je al werkt. Wie dat niet kan beantwoorden, wordt er in 2027 niet beter in.

Drie: haal leerlingwerk uit losse chatvensters. De grootste privacyrisico's in het onderwijs zitten niet in ingekochte systemen, maar in werk dat in een privé-account belandt omdat het even sneller was. Daar helpt een publieke voorziening pas tegen als er een alternatief staat dat net zo makkelijk werkt.

Wat wij op dat laatste punt doen, staat op hoe het nakijken werkt en, voor wie het voor zijn hele school wil regelen, op voor scholen.

Veelgestelde vragen

Wat is de publieke AI-voorziening voor het onderwijs?

Een voorziening die scholen in het funderend onderwijs toegang moet geven tot verschillende AI-modellen, met afspraken over privacy, veiligheid en het gebruik van gegevens. Het kabinet wil er onder meer mee voorkomen dat scholen afhankelijk worden van één commerciële aanbieder. De middelen worden volgens de onderwijsbegroting aan Kennisnet verstrekt. Wat de voorziening precies gaat bieden en wanneer scholen ermee kunnen werken, moet nog worden uitgewerkt.

Hoeveel geld gaat er naartoe, en wanneer?

In 2027 maakt het kabinet er 10,7 miljoen euro voor vrij. Dat is een klein bedrag naast de andere onderwijsposten uit dezelfde plannen: ruim 500 miljoen euro per jaar voor basisvaardigheden, minimaal 206 euro per leerling, en ongeveer 80 miljoen euro voor zij-instroom, oplopend tot 88 miljoen per jaar.

Kan ik straks met de publieke AI-voorziening mijn toetsen nakijken?

Dat is niet bekend, en de aankondiging belooft het ook niet. Toegang tot AI-modellen is iets anders dan een nakijkproces: dat begint bij een scan van papieren werk, herkent handschrift, groepeert pagina's per leerling, legt elk antwoord naast jouw correctiemodel, stelt punten per vraag voor met een toelichting en laat de docent beslissen. Een model is daarin één onderdeel.

Verandert dit de vragen die ik mijn leverancier moet stellen?

Nee. Een verwerkersovereenkomst, verwerking binnen de EU, niet trainen op leerlingwerk, afscherming op gegevensniveau, logging en een docent die het laatste woord houdt: die eisen komen uit de AVG en uit het feit dat het om werk en schoolloopbanen van kinderen gaat, niet uit een begrotingspost.

Wat kan mijn school nu al doen?

Leg als sectie vast wie beslist over het cijfer en welke AI-hulp is toegestaan; stel je huidige leveranciers dezelfde vragen die je aan een publieke voorziening zou stellen; en zorg dat leerlingwerk niet in privé-accounts of losse chatvensters belandt.


Bronnen: Rijksoverheid, nieuwsbericht bij de Prinsjesdagstukken van 15 september 2026 (bedrag van € 10,7 miljoen in 2027 voor een publieke AI-voorziening voor het funderend onderwijs; ruim € 500 miljoen per jaar voor basisvaardigheden en minimaal € 206 per leerling; circa € 80 miljoen voor zij-instroom, oplopend tot € 88 miljoen per jaar); de ontwerpbegroting van OCW voor 2027 (hoofdstuk VIII) voor de verstrekking van de middelen aan Kennisnet; berichtgeving over de in juni 2026 aangenomen Kamermoties over digitale autonomie en een voorstel voor een veilige publieke Nederlandse AI-voorziening met Kennisnet, SURF en SIVON. De begroting moet nog door de Tweede en Eerste Kamer.