Ga naar inhoud

10 september 2026

Corrigo redactie

Delen op LinkedIn

Tijdsbesparing door AI: wat blijft er in de praktijk van over?

Het schooljaar is een paar weken oud, de taakverdeling voor dit jaar staat, en ergens in september valt bij bijna elke docent hetzelfde kwartje: dit wordt weer een jaar waarin het nakijken in de avonden past en niet in het rooster. Tegelijk klinkt uit alle hoeken dat AI daar iets aan gaat doen. Uren per week, hele weken per jaar.

De vraag die zelden wordt gesteld: hoeveel van die beloofde tijdwinst haal je daadwerkelijk op — en waar gaat hij heen als je hem wint?

Wat het onderzoek belooft, en wat er onderweg verdwijnt

Begin met het optimistische cijfer. De Work AI Index 2026 van softwarebedrijf Glean ondervroeg ongeveer zesduizend kenniswerkers. Zij rapporteren tot elf uur tijdwinst per week door AI. Dat is bijna anderhalve werkdag, en het is precies het soort getal dat in presentaties belandt.

In hetzelfde onderzoek staat het minder geciteerde deel. Diezelfde mensen zijn ongeveer zes en een half uur per week kwijt aan taken die er door de AI juist bij zijn gekomen: uitvoer nalopen, opdrachten herformuleren, uitzoeken wat een nieuwe tool wel en niet kan. Er blijft tijdwinst over, maar een groot deel van de winst wordt aan de andere kant van de balans weer opgemaakt. Slechts dertien procent zegt dat de prestaties van de organisatie er zichtbaar door verbeteren.

Voor het onderwijs bestaat een vergelijkbaar cijfer. In een Amerikaans onderzoek van Gallup en de Walton Family Foundation onder 2.232 leraren in het funderend onderwijs gebruikt drie op de tien wekelijks AI; die groep bespaart naar eigen zeggen gemiddeld 5,9 uur per week, wat de onderzoekers vertalen naar zes weken per schooljaar. Twee kanttekeningen horen daarbij, en ze zijn allebei belangrijk: het is zelfgerapporteerd, en het gaat over de hele werkweek — lesvoorbereiding, oudermail, differentiëren — niet over nakijken alleen.

De les uit beide onderzoeken is dezelfde. Tijdwinst door AI is echt, maar de netto winst is kleiner dan de brutobelofte, en niemand kan jou vooraf vertellen hoe groot hij bij jóu is.

Bij nakijken is het controleren niet de overhead — het is het werk

Er zit een addertje onder dat Glean-cijfer dat voor ons vak zwaarder weegt dan voor de meeste andere. In datzelfde onderzoek geeft 69 procent van de deelnemers toe de uitvoer van AI niet grondig te controleren.

Dat is een eenvoudige manier om tijdwinst te boeken, en voor een docent is het de verkeerde. Jij zet je naam onder het cijfer. Bij een verkeerd samengevatte vergadernotitie kost dat een correctie; bij een verkeerd beoordeeld antwoord raakt het een leerling die zijn toets terugkrijgt en niet kan nagaan waarom hij dat punt niet heeft.

Daarom is de rekensom bij nakijken anders. Het mechanische deel — handschrift ontcijferen, punten optellen, voor de twintigste keer dezelfde standaardopmerking schrijven, het geheel overtypen in het leerlingvolgsysteem — kan grotendeels naar de achtergrond. Het oordelende deel niet, en dat moet het ook niet. Wie tijd wint door dat deel over te slaan, wint geen tijd maar verplaatst risico. In een eerder artikel stond al waarom met de hand nakijken op zichzelf ook geen garantie is; het punt hier is het spiegelbeeld daarvan. Geen van beide routes werkt zonder dat er iemand kritisch meekijkt.

Praktisch gezien betekent dat: reken de controletijd gewoon mee als je uitrekent wat je wint. Een eerlijke meting van AI-nakijken telt het nalopen van de voorstellen erbij op. Doet een aanbieder dat niet, dan meet hij niet jouw werkdag maar zijn eigen product.

Zo reken je je eigen tijdwinst uit

Wij noemen bewust geen vast besparingspercentage. Niet uit bescheidenheid, maar omdat het getal niet bestaat: het verschilt te veel per vak, per vraagtype, per klasgrootte en zelfs per handschrift. Wat wél kan, is een meting die je in twee toetsweken zelf doet.

Neem twee vergelijkbare stapels — zelfde vak, zelfde niveau, ongeveer even groot. Kijk de eerste na zoals je het altijd deed en klok de tijd, inclusief het overzetten van de cijfers. Kijk de tweede na met hulp, en klok alles: scannen, uploaden, de voorstellen doorlopen, corrigeren waar je het er niet mee eens bent, en weer het overzetten. Deel beide door het aantal leerlingen en je hebt twee getallen die iets betekenen.

Wil je eerst een indruk van wat de stapel je nu kost, dan staat op de nakijktijd-rekenhulp een schatting op basis van je eigen klasgrootte en vraagtypen. Hoe die uren over de vakken verdeeld liggen, staat in hoeveel tijd nakijken werkelijk kost.

Twee waarschuwingen bij je eigen meting. De eerste stapel met een nieuw hulpmiddel is altijd de traagste — je bent het aan het leren; meet daarom liever de tweede of derde. En kijk niet alleen naar de klok: als de leerlingen hun werk twee dagen eerder terugkrijgen, is dat didactische winst die niet in uren staat.

Waar gewonnen uren horen te landen: het taakbeleid

Stel dat de meting meevalt en je houdt per toetsweek een paar uur over. Dan komt de vraag die harder is dan de technische: van wie zijn die uren?

Deze cao-periode maakt dat concreter dan voorgaande jaren. In de cao vo 2025-2027 staat de maximale lestaak op 720 klokuren per jaar in plaats van 750 — met de expliciete aantekening dat op school andersluidende afspraken kunnen gelden of gemaakt worden. Die verlaging is niet nieuw bedacht: dezelfde stap van 750 naar 720 zat al in de afspraak over ontwikkeltijd uit 2019, waar de opslagfactor er voor de docent ongeveer vijftig uur van maakte, bedoeld voor onderwijsontwikkeling, verbreding en verdieping.

Precies dat maakt het een leerzaam voorbeeld. Die uren staan al jaren op papier, en de vraag of ze in de werkweek van een docent zijn geland, is op veel scholen nog steeds een discussie. Een uur dat in een cao staat is nog geen uur in je agenda.

De cao geeft er wel een plek voor: alle scholen beoordelen het taakbeleid opnieuw via een professioneel gesprek, uiterlijk voor het begin van schooljaar 2028-2029, en wijzigen het waar nodig. In dat gesprek gaat het over taakverdeling, klassengrootte, autonomie en werkdruk. Dat is de tafel waar tijdwinst uit nakijken thuishoort — niet als anekdote, maar als getal uit je eigen meting.

Want tijd die je wint zonder dat iemand hem opschrijft, blijft in de praktijk beschikbaar voor het volgende verzoek. Een extra klas omdat een vacature niet gevuld raakt, een extra mentoraat, een gat in het rooster. Dat is geen kwade wil van een schoolleider; het is wat er gebeurt met ruimte die nergens is vastgelegd. Hetzelfde mechanisme beschreven we bij het lerarentekort dat daalt terwijl de werkdruk stijgt: werk dat niemand telt, verdwijnt niet — het verhuist naar de avond.

Wat wij wel en niet beloven

Corrigo neemt het voorwerk van het nakijken over: handgeschreven antwoorden lezen, ze naast jouw correctiemodel leggen en per vraag een puntenvoorstel met onderbouwing doen. Jij loopt de voorstellen na, past aan wat je anders ziet en bepaalt het cijfer. Wat dat aan kwaliteit oplevert, houden we bij op de bewijspagina: meer dan 90% van de 200.000 beoordeelde vragen zat goed, over alle vakken en alle niveaus, stand 28 augustus 2026.

Wat we niet doen, is je vooraf een aantal uren beloven. Het enige getal dat klopt, is het getal dat uit jouw eigen twee stapels komt. Hoe het nakijken werkt en waar het níet de juiste keuze is, staat op de pagina over toetsen nakijken met AI; wat het voor de werkdruk van een heel team kan betekenen, staat op werkdruk verlagen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel tijd bespaar je echt met AI-nakijken?

Daar bestaat geen betrouwbaar gemiddelde voor, en wie er een percentage op plakt, verkoopt je een cijfer dat hij niet kan onderbouwen. Het verschilt per vak, per vraagtype, per klasgrootte en per handschrift. De enige meting die voor jou telt, is je eigen meting: klok één stapel zoals je het altijd deed en één stapel met hulp, en tel bij die tweede alles mee — scannen, uploaden, controleren en cijfers overzetten.

Waarom valt de tijdwinst van AI in onderzoek vaak tegen?

Omdat een deel van de gewonnen tijd meteen terugvloeit naar het werken met de AI zelf. In de Work AI Index 2026 van Glean, onder ongeveer zesduizend kenniswerkers, rapporteren deelnemers tot elf uur tijdwinst per week, terwijl ze er ongeveer zes en een half uur per week aan nieuwe taken omheen bij krijgen: prompts bijstellen, uitvoer controleren, uitzoeken hoe een tool werkt. Netto blijft er tijdwinst over, maar veel minder dan de eerste indruk belooft.

Telt de tijd die je aan controleren kwijt bent mee als werk?

Ja, en bij nakijken is dat geen verloren tijd. De docent blijft eindverantwoordelijk voor het cijfer; het beoordelen van de voorstellen is het deel waar je vakoordeel telt. In hetzelfde onderzoek zegt 69 procent van de deelnemers de uitvoer van AI niet grondig te controleren. Dat is precies de verkeerde manier om tijd te winnen: het levert uren op door risico te verplaatsen naar degene die het cijfer ondertekent.

Wat zegt de cao vo over de maximale lestaak?

In de cao vo 2025-2027 staat de maximale lestaak op 720 klokuren per jaar in plaats van 750, met de uitdrukkelijke aantekening dat op school andersluidende afspraken kunnen gelden of gemaakt kunnen worden. Diezelfde cao spreekt af dat elke school het taakbeleid via een professioneel gesprek opnieuw beoordeelt en zo nodig wijzigt, uiterlijk voor het begin van schooljaar 2028-2029.

Hoe zorg je dat gewonnen tijd niet stilletjes verdwijnt?

Door hem op te schrijven op de plek waar uren worden verdeeld: het taakbeleid van je school. Tijd die je wint zonder dat iemand hem vastlegt, blijft in de praktijk beschikbaar voor het volgende verzoek — een extra klas, een extra taak, een gat in het rooster. Neem je eigen meting mee naar het gesprek over taakbeleid, met concrete uren per stapel, en vraag waar die uren volgens de school naartoe gaan.


Bronnen: Glean, Work AI Index 2026 (circa 6.000 kenniswerkers), zoals beschreven door AG Connect, 16 juni 2026; Gallup en Walton Family Foundation, Teaching for Tomorrow: Unlocking Six Weeks a Year With AI, 24 juni 2025 (2.232 Amerikaanse leraren, veldwerk 18 maart – 11 april 2025); VO-raad, Q&A onderhandelaarsakkoord cao vo 2025-2027 en het raamwerk Het professionele gesprek en taakbeleid; AOb Medezeggenschap over ontwikkeltijd en de opslagfactor. De cijfers uit de twee onderzoeken zijn zelfgerapporteerd.