Vrijdag 16 oktober stuurde staatssecretaris Tielen de Versterkingsagenda Taal en andere basisvaardigheden naar de Tweede Kamer. De passage uit het nieuwsbericht die het langst blijft hangen, gaat niet over het vak Nederlands: "Er komt in de klas dus meer focus op taal. Niet alleen bij Nederlands, maar bij alle vakken. Ook bij bijvoorbeeld geschiedenis of biologie."
Voor een vakdocent wordt dat het eerst concreet op een plek waar de agenda niets over zegt: aan de nakijktafel. Een leerling geeft op een open vraag het goede antwoord, in een zin die nauwelijks loopt. Een ander schrijft een vlotte alinea die net naast de kern zit. Wie krijgt het punt? Die vraag beantwoord je bij elke open vraag, of je het merkt of niet.
Wat er op 16 oktober naar de Kamer ging
De aanleiding is bekend. Volgens de Kamerbrief over PISA-2025 van 8 september daalde de leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen van 459 punten in 2022 naar 441 in 2025, onder het gemiddelde van de OESO (461) en de EU (464). Van hen haalde 39 procent het fundamentele niveau 2 niet. Binnen drie jaar wil de staatssecretaris betere resultaten op lezen.
De agenda werkt met vijf "versterkers". De eerste heet "Taal en rekenen in alle vakken". Twee van de drie doelen daarbij: scholen hebben een visie op (integraal) taal- en rekenonderwijs, en scholen stimuleren "de taalontwikkeling van leerlingen in alle leergebieden". Bij de vierde versterker, over sterke onderwijsteams, staat als doel: "Iedere leraar heeft een stevige taalbasis en werkt mee aan taalonderwijs in alle vakken." Daar hoort ook bij dat de bekwaamheidseisen worden herzien, voor het eerst sinds 2017. En vanaf augustus 2027 beoordeelt de inspectie de basisvaardigheden niet meer in een eigen standaard, maar binnen de bredere standaard over het onderwijsaanbod. Zo beoordeelt de inspectie ze integraal en wordt benadrukt dat ze in het hele curriculum belangrijk zijn.
De 206 euro per leerling per jaar voor basisvaardigheden wordt vanaf 2027 structureel en vanaf 2028 gerichte bekostiging. De nieuwe kerndoelen gaan stapsgewijs in, te beginnen met Nederlands en rekenen-wiskunde; in augustus 2031 moeten alle scholen hun curriculum hebben aangepast. Wat die kerndoelen van scholen vragen, lees je in ons stuk over de nieuwe kerndoelen.
Wat er niet in staat
Nergens in de agenda staat hoe je taal beoordeelt in een toets geschiedenis, aardrijkskunde of biologie. Geen regel over puntaftrek voor spelling, geen norm voor antwoorden in hele zinnen. Dat is logisch, want beoordelen is werk van de school, de sectie en de docent. Maar het betekent wel dat "taal in alle vakken" bij het nakijken neerkomt op een keuze die je sectie zelf moet maken. Wel komt er een beroepsrichtlijn taal voor leraren, die in 2027 wordt uitgewerkt. Of die iets over beoordelen gaat zeggen, is nog niet bekend.
De agenda noemt zelf een reden waarom taal op veel scholen nog los staat van de andere vakken: "een smal - op toetsen gericht - begrip van taal". Wie taal in een vaktoets alleen ziet als iets om punten voor af te trekken, zit dicht bij dat smalle begrip.
Drie manieren waarop je nu al met taal omgaat bij het nakijken
Niet. Je beoordeelt alleen de vakinhoud. Een goed antwoord in gebrekkig Nederlands krijgt het volle punt. Dat is helder, maar de leerling hoort dan buiten de les Nederlands van niemand dat zijn formulering ertoe doet.
Ongemerkt. Er staat niets over taal in je correctiemodel, maar een vlot geformuleerd antwoord leest overtuigender, en bij twijfel valt het halve punt net wat vaker die kant op. Dat is de lastigste variant: het verschilt per docent, per avond en per stapel, en achteraf kan niemand het uitleggen. Waarom zulke verschillen zo hardnekkig zijn, staat in ons artikel over zelfde antwoord, ander cijfer.
Expliciet. Het correctiemodel zegt vooraf wat taal oplevert, en waarvoor. Alleen deze variant kun je uitleggen aan een leerling, een ouder of een collega.
Vier afspraken voor je correctiemodel
Houd vakinhoud en formulering uit elkaar. Telt formulering mee, geef haar dan een eigen regel in het model met een eigen criterium, bijvoorbeeld: "antwoord in een volledige zin, met oorzaak en gevolg verbonden". Dan zie je per leerling wat hij van het vak begreep en wat hij nog moet leren opschrijven, in plaats van één getal waarin beide door elkaar lopen.
Behandel vaktaal als vakinhoud. Een begrip als osmose, inflatie of erosie goed gebruiken is geen taalkwestie die je erbij doet; het is precies wat je toetst. Schrijf in het model welk begrip je verwacht en of een omschrijving zonder dat begrip ook telt. Daar raken taal en vak elkaar het sterkst.
Kies één of twee taalpunten per toets. Elke spelfout aanstrepen kost jou een avond, en tussen al het rood ziet de leerling niet meer wat hij moet verbeteren. Kies per toets waar je op let, bijvoorbeeld een redenering in één volledige zin of het juiste signaalwoord, en geef daar gerichte feedback op. Hoe je feedback geeft die een volgende stap oplevert, lees je in ons stuk over feedback op toetsen.
Leg het als sectie vast, voor de afname. Trekt de ene collega een punt af voor een antwoord zonder hele zin en de andere niet, dan krijgen parallelklassen een andere lat. Zet de afspraak in het correctiemodel van elke toets, net als de rest van de normering. Waarom dat de kern van eerlijk beoordelen is, staat in ons artikel over consistent beoordelen.
Meer schrijven betekent meer nakijken
In de agenda zit een spanning die je als docent direct voelt. Meer taal in alle vakken betekent meer open vragen en meer schrijfopdrachten, en die kosten nakijktijd. In juli meldde dezelfde staatssecretaris de Kamer dat ongeveer 70 procent van 552 ondervraagde leraren in po en vo door tijdgebrek soms tot regelmatig minder of kortere schrijfopdrachten geeft dan ze eigenlijk willen. Meer daarover in ons stuk over het Cito-onderzoek naar schoolexamens.
De Versterkingsagenda noemt de aanpak van werkdruk als onderdeel van de lerarenstrategie, maar rekent niet voor hoeveel nakijktijd taal in alle vakken kost. Die rekensom maak je dus zelf. Liever twee open vragen met een scherp model dan zes die je onder tijdsdruk globaal moet beoordelen.
Op 2 december staat in de Tweede Kamer een commissiedebat over onderwijskwaliteit, curriculum en basisvaardigheden gepland. Aan de regels voor de toetsen die je dit najaar afneemt, verandert niets. Aan de vraag die je jezelf bij elke open vraag stelt, misschien wel.
Waar Corrigo past
Corrigo legt elk gescand antwoord naast het correctiemodel dat jij hebt gemaakt en doet per vraag een puntenvoorstel met een toelichting. Jij beslist. Of formulering meetelt, en hoeveel, leg je dus vooraf vast in je eigen model, bijvoorbeeld als aparte deelvraag met eigen punten. Ook over die punten beslis jij. Met de toetsbouwer doe je dat per vraag, voor de afname.
Taal in alle vakken begint niet bij een nieuw beleidsplan. Het begint bij de vraag wat je op vraag 3 doet met dat goede antwoord in die rommelige zin. Beantwoord die vraag voordat de stapel er ligt.
Veelgestelde vragen
Wat is de Versterkingsagenda Taal en andere basisvaardigheden?
Een plan van staatssecretaris Tielen dat op 16 oktober 2026 naar de Tweede Kamer ging. Het moet de dalende leesvaardigheid stoppen en ombuigen; binnen drie jaar wil de staatssecretaris betere resultaten op lezen. De agenda bouwt voort op het Masterplan basisvaardigheden en werkt met vijf versterkers. De eerste is "Taal en rekenen in alle vakken".
Moet ik als docent geschiedenis of biologie nu ook taal beoordelen?
De agenda bevat geen regel over puntaftrek of een taalcriterium in vaktoetsen. Wel vraagt de agenda van scholen dat ze de taalontwikkeling van leerlingen in alle leergebieden stimuleren, en is het doel dat iedere leraar een stevige taalbasis heeft en meewerkt aan taalonderwijs in alle vakken. Hoe dat in de beoordeling terugkomt, beslissen je school en je sectie.
Mag ik punten aftrekken voor spelfouten in een vaktoets?
Dat hangt af van de afspraken op je school. Bij schoolexamentoetsen stelt de examencommissie richtlijnen en aanwijzingen vast voor de beoordeling (artikel 2.60e van de Wet voortgezet onderwijs 2020). Doe je het, zet het dan vooraf als apart criterium in het correctiemodel en pas het in alle parallelklassen op dezelfde manier toe.
Wanneer merk ik in mijn lessen iets van de Versterkingsagenda?
Stapsgewijs. Scholen beginnen met de nieuwe kerndoelen voor Nederlands en rekenen-wiskunde; in augustus 2031 moeten alle scholen hun curriculum hebben aangepast. Vanaf augustus 2027 beoordeelt de inspectie de basisvaardigheden binnen de bredere standaard over het onderwijsaanbod. De bekwaamheidseisen voor leraren worden herzien, voor het eerst sinds 2017. Voor de toetsen die je dit najaar afneemt, verandert er niets.
Bronnen: Ministerie van OCW, Kamerbrief "Versterkingsagenda Taal en andere basisvaardigheden" van 16 oktober 2026 met bijlage "Samen sterk voor Taal - Versterkingsagenda Taal en andere basisvaardigheden" (oktober 2026), en het nieuwsbericht "Versterkingsagenda moet leesvaardigheid leerlingen verbeteren" op Rijksoverheid.nl (16 oktober 2026); Kamerbrief "Resultaten PISA-2025" van 8 september 2026 (Kamerstuk 31289, nr. 617); Kamerbrief "Betrouwbare, toekomstbestendige en toegankelijke examens" van 2 juli 2026 (Kamerstuk 31289, nr. 612), onderdeel motie-Boomsma met de TeacherTapp-peiling onder 552 leraren; Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 2.60e; Tweede Kamer, commissiedebat "Onderwijskwaliteit, curriculum en basisvaardigheden" gepland op 2 december 2026. Citaten zijn letterlijk.